Wat is het verschil tussen ouderenmishandeling en
ouderenmisbehandeling?
Lily De Clercq: “We gebruiken vooral de term ‘ouderenmisbehandeling’ omdat er in de meeste situaties geen kwaad opzet is. Als dat wel zo is, spreken we van ‘ouderenmishandeling’.” “Vaak gaat het over situaties waarbij de steunfiguur overbelast is of niet goed weet welke zorg de oudere eigenlijk nodig heeft. Soms heeft die persoon zelf veel problemen, waardoor ernstige misbehandeling kan ontstaan.“
Welke vormen van misbehandeling bestaan er?
Katia Ternoot: “Er zijn gevallen van fysieke misbehandeling, maar meestal krijgen onze medewerkers te maken met het psychologische aspect. Een verzorgende komt aan huis en merkt dat interacties onderling ongewoon aanvoelen. Dan stellen ze zich de vraag: gaan ze normaal zo met elkaar om? Of volg ik mijn buikgevoel en is het een red flag?” “Het kan gaan over roepen en schreeuwen naar elkaar, denigrerende opmerkingen of de oudere negeren.”
Lily: “Soms gebruiken ze emotionele chantage om
ervoor te zorgen dat de oudere zwijgt en moet incasseren. Dan zeggen ze: ‘Als je moeilijk blijft doen, dan kom ik niet meer’, of ‘Dan kom ik niet meer met de kleinkinderen.’” “Betuttelen, door bijvoorbeeld verkleinwoorden te gebruiken, kan ook een enorme impact hebben op ouderen. Ze beginnen te twijfelen aan zichzelf en hun zelfbeeld keldert. In extreme gevallen kan het tot depressie leiden.”
Soms is er emotionele chantage: ‘als je moeilijk blijft doen, dan kom ik niet meer’, of ‘Dan kom ik niet meer met de kleinkinderen’
Lily De Clercqstafmedewerker VLOCO
Hoe kijken we als maatschappij naar ouderen?
Lily: “We denken snel dat ze niet meer mee kunnen. Ze worden minder serieus genomen of betrokken bij gesprekken, ‘want ze kunnen dat toch niet’. Mantelzorgers nemen bepaalde beslissingen in handen die de oudere eigenlijk zelf nog kan, alleen wat trager.”
Katia: “Ik heb het gevoel dat er in de laatste tien jaar veel in beweging is gebracht. Organisaties zoals VLOCO verrichten belangrijk werk om ouderenmisbehandeling uit de taboesfeer te halen. Dankzij onze samenwerking hebben we al een verschil kunnen maken, maar er is nog veel werk aan de winkel.” “We merken dat er nog veel handelingsverlegenheid is, ook bij onze medewerkers. Is er sprake van misbehandeling en zo ja, hoe pak ik die situatie correct aan? Als organisatie willen we hier aandacht aan besteden door vorming te geven.”
Lily: “Er is een evolutie om ouderen langer thuis te laten wonen met steun van een mantelzorger. Daarin schuilen risicofactoren die ouderenmisbehandeling in de hand kunnen werken. Dus we moeten waakzaam blijven en verzorgenden opleiden zodat ze sneller mogelijke signalen kunnen oppikken.”
Over welke signalen gaat dat dan?
Katia: “In de vorming proberen we een beeld te schetsen van een mogelijk slachtoffer en belichten we een aantal kwetsbaarheden. Zo kunnen onze verzorgenden proactief de mentale oefening maken als ze bij iemand aan huis komen.” “Bij een cliënt met dementie vragen we verzorgenden om al een stuk alerter te zijn en te polsen naar de draagkracht van de mantelzorger. Zo kunnen we bij problemen op tijd het gesprek aangaan en verhinderen dat de situatie escaleert. Dat kan bij dementie, maar bijvoorbeeld ook bij psychische kwetsbaarheid of verslavingsproblematiek.”
Lily: “Een situatie die vaak terugkeert is een oudere met een beperkt sociaal netwerk, waar vaak alleen een mantelzorger is en heel weinig andere steunfiguren. Daar zit het gevaar dat de mantelzorger overbelast raakt. In die situaties zorgen we ervoor dat mantelzorgers weten dat ze met ons kunnen praten als iets niet goed lukt. Maar de uitbreiding van dat sociaal netwerk, eventueel met extra professionele steun, is heel belangrijk.”
Het is niet zo dat we met mensen in gesprek gaan en dat het probleem dan opgelost is. Je moet het gesprek laten bezinken, opnieuw in gesprek gaan, kleine stapjes zetten en hen hopelijk tot nieuwe inzichten brengen.
Katia TernootCoach Familiezorg
Wat zijn de voordelen van onze samenwerking?
Katia: “Door in de organisatie VLOCO zelf vorming te laten geven, zorgen we ervoor dat we dezelfde taal spreken. Tegelijkertijd leren onze medewerkers Lily en VLOCO kennen, wat de drempel verlaagt om contact te leggen als ze ondersteuning nodig hebben.” “Intern kunnen ze altijd bij de coaches terecht, maar dé expertise ligt natuurlijk bij VLOCO. Als we hun contactgegevens doorgeven aan medewerkers, gaat er vaak een zucht van verlichting door de kamer. ‘Oef, er bestaat iets waarbij we terecht kunnen’, denken ze dan.”
Lily: “Naar aanleiding van de Internationale Dag tegen Ouderenmisbehandeling verspreidt VLOCO jaarlijks persberichten. Familiezorg versterkt die boodschap: door casussen voor te leggen of te bevestigen kan VLOCO verwijzen naar voorbeelden in de praktijk om te bewijzen dat het niet enkel gaat over extreme gevallen in een woonzorgcentrum. Voor mijzelf is het ook een meerwaarde om verhalen rechtstreeks van verzorgenden te horen. Zij geven mij voeding om mijn werk te blijven doen.”
Katia: “Daarnaast zijn we een procedure aan het uitschrijven waarin staat hoe Familiezorg met die problematiek omgaat. VLOCO wordt betrokken om die procedure te helpen ontwikkelen. Zij stellen aandachtspunten voor en wij vertalen ze voor onze eigen organisatie. Door met hen samen te werken zetten we de juiste stappen en slaan we zeker niets over.”
Er spelen vaak taboefactoren mee. Als ouder wil je nog steeds een stukje voor je kind zorgen, ook al heb je zelf die zorg nodig.
Lily De Clercqstafmedewerker VLOCO
Kan je spreken van een ‘succesvol einde’ na een
tussenkomst?
Katia: “Dat is moeilijk om te zeggen. Hier is vooral het proces van tel. Elke stap die je zet, is een stap in de goede richting. Het is niet zo dat we met mensen in gesprek gaan en dat het probleem dan opgelost is. Vaak moet je het gesprek bij mensen wat laten bezinken, erna opnieuw met hen in gesprek gaan, kleine stapjes zetten en hopelijk hen tot nieuwe inzichten brengen. Je kan daar geen termijn op plakken.”
Lily: “Mensen hebben zelf de regie in handen. Zij bepalen wat ze willen veranderen en bereiken. Als je als zorgverlener dé oplossing direct moet vinden en je de lat te hoog legt, keert dat als een boemerang terug in je gezicht. Het einddoel dat je voor jezelf oplegt is niet noodzakelijk het einddoel van de oudere.” “Er spelen vaak taboefactoren mee. Sommige kinderen geven hun ouders geen goeie zorg omdat ze zelf problemen hebben.
Als ouder wil je nog steeds een stukje voor je kind zorgen, ook al heb je zelf die zorg nodig. Maar hoever durf je gaan om op te komen voor jezelf? Ben ik bereid om de confrontatie aan te gaan met mijn kind?” “Bijvoorbeeld, een zoon doet de financiën van de oudere, maar doet dat niet naar behoren. De oudere weet niet wat er met zijn geld gebeurt en wil hier terug vat op hebben. Maar je bankkaart terugvragen is niet gemakkelijk, zeker niet in gevallen van financiële problemen of verslavingen.
Soms willen ouderen hen een stukje helpen, maar soms zijn mensen ook oprecht bang van hun kinderen. Zij moeten ook bereid zijn die regie terug in handen te nemen – en wij kunnen hen daarin ondersteunen – maar het kan veel tijd vergen vooraleer iemand die confrontatie durft aangaan.”
Wat wil je nog meegeven aan onze medewerkers?
Katia: “Durf erover te spreken. Als je bezorgdheden hebt, twijfel niet. Durf je collega’s hierover in vertrouwen te nemen. Je hoeft geen schaamte of schrik te voelen, ook al blijft het natuurlijk moeilijk om zoiets te melden.”
Lily: “We denken vaak in termen van slachtofferdader. Ik denk dat we dankzij de vormingen kunnen aantonen dat de problematiek veel genuanceerder is. Zo normaliseren we dat we erover kunnen spreken, want het kan iedereen overkomen op een bepaald moment in hun leven.” “Zorg geven is niet altijd gemakkelijk. Ook onze emmer kan overlopen. En voor ouderen is het vaak moeilijk om hulp te aanvaarden. Maar dankzij vorming kunnen mensen oprecht met elkaar in gesprek gaan, in familiale én professionele context. Je kan zeggen: ‘Ik veroordeel je niet. Ik vind het niet goed wat er nu gebeurt en vind het niet oké. Maar ik versta je.’”
Heb je zelf vermoedens van ouderenmis(be)handeling in je omgeving?
Lily: “Zij kunnen terecht bij Hulplijn 1712. Die doen hetzelfde als VLOCO, maar dan voor burgers. Zij kunnen daar hun bezorgdheden uiten over allerlei situaties rond geweld, misbruik en kindermishandeling, maar zeker ook ouderenmisbehandeling. Je kan met hen bellen, mailen of chatten om samen te bedenken wat de eerstvolgende stap zou kunnen zijn.”
“Je kan bijvoorbeeld aan je zorgen uiten aan andere zorgverleners die aan huis komen: verzorgenden van Familiezorg, maar vaak ook een huisarts, een kinesist of thuisverpleging. Die multidisciplinaire aanpak is veel efficiënter en sterker dan elke zorgverlener op zich.”
Katia: “Bij zorgwekkende situaties brengen wij in kaart welke partners en mantelzorgers er rond de cliënt staan. Intern sta je er bij Familiezorg nooit alleen voor, maar uiteraard gaat dit ook extern op. Binnen de context van de gezinszorg kunnen we een multidisciplinair overleg aan gaat met alle partners rond de tafel in aanwezigheid van de persoon in kwestie. Dan kunnen we meteen alle nodige stappen afspreken en staan alle neuzen in dezelfde richting.”