Terug naar overzicht

“Meer dan koffiedrinken en wandelen”

Groepsfoto van het team van CDO Ter Ronne, het centrum voor dagopvang voor jonge personen met dementie in Ronse.

Verscholen tussen de charmante huisjes rond de vijver van AZ Glorieux ligt een plekje waar Familiezorg aanwezig is: CDO Ter Ronne. Dit centrum voor dagopvang in Ronse biedt een warme en veilige omgeving voor jonge personen met dementie. “Het is hier vrij klein”, vertelt verzorgende Edith. “Er is nood aan meer ruimte, maar eigenlijk zou ik hier niet weg willen. Het voelt aan als thuis.” Samen met collega’s Marie en Kathy zet ze zich elke dag in onder de coördinatie van CDO-verantwoordelijke Anissa.

“Dat is uitzonderlijk. Normaal loopt ze constant rond”, zegt Kathy. In Ter Ronne hebben de verzorgenden net een overleg achter de rug en zitten ze nog wat na te praten aan tafel. Eén bezoeker, Sabine (65), is al aanwezig en zit stilletjes in de zetel. Sabine is een jonge persoon met dementie. Bij haar werd de diagnose gesteld op 60-jarige leeftijd. Als die voor de leeftijd van 65 jaar gesteld wordt, spreken we van jongdementie.

Kathy: “Als je niet oplet, zet ze soms een kookplaat aan of steekt ze allerlei dingen in haar mond. Eetbaar of oneetbaar: alles zou ze opeten. Soms neemt ze eten uit het bord van andere bezoekers. Dan wordt de sfeer wat gespannen.”

Anissa: “Helaas moeten we binnenkort de werking stopzetten. De groepswerking geeft Sabine te veel prikkels waardoor ze heel onrustig is. Er zijn slechts twee verzorgenden tegelijk aan het werk, maar Sabine vraagt de volle aandacht.”

Hoe bepaal je waar de grens ligt van wat mogelijk is in het CDO?

Anissa: “Ik luister vooral naar de signalen van mijn team. Het een-op-eenverhaal is hier moeilijk vol te houden. Als de zorg niet meer overeenkomt met de missie en visie van het CDO, moeten wij de denkoefening maken: kunnen we voor die persoon nog aan zinvolle dagbesteding doen? Als dat niet meer het geval is moeten we over naar andere oplossingen.”

Hoe ontwikkelt dementie zich?

Anissa: “Het begint vaak met een ‘niet-pluisgevoel’. Er is iets, maar ze kunnen hun vinger niet leggen op wat precies.”

Kathy: “Dat is de eerste fase. Pas in een latere fase lopen er effectief dingen mis. Zo vroeg ik aan een bezoeker om iets op te schrijven en dat bleek heel moeilijk te zijn. Dan vraagt ze: “Heb ik dat nu juist geschreven?” En meestal is het niet juist.”

Anissa: “We pinnen ons vaak vast op de vergeetachtigheid, maar vaak gaat het over veranderingen in gedrag. Deuren laten openstaan, sleutels laten zitten, betalingen vergeten uitvoeren of ze net dubbel doen, en ongeremd worden.”

De CDO-coördinator en drie verzorgenden van CDO Ter Ronne poseren samen voor het dagcentrum.

Komt dementie verschillend tot uiting van persoon tot persoon?

Anissa: “Absoluut. Het is belangrijk om bij de opstart meteen te weten over welk soort dementie het gaat. Gaat het over alzheimer, Lewy body dementie, FTD of frontotemporale dementie, vasculaire dementie of nog iets anders? Als team kunnen we ons dan gepast voorbereiden. Verwachten we uitdagingen op vlak van taal, handelingen of ongeremd gedrag?”

Kathy: “Bij frontotemporale dementie is er ontremd gedrag: ze doen of zeggen dingen zonder filter. We stonden eens aan de kassa achter een dame met rood-paars haar. Een van onze bezoekers ging naar haar toe en riep: “Rode kool!” Dan moet je uitleggen dat ze door dementie heel ongeremd is en hoop je dat mensen dat kunnen relativeren.”

Welke activiteiten organiseren jullie?

Kathy: “Wandelen is hier echt een topper. Daarnaast maken we ook verjaardagskaarten voor onze buren. Zo leren zij ons ook kennen. Als we dan in de zomer buiten zitten, komen ze langs voor een kleine babbel. Je voelt dat ze dat wel appreciëren.”

Marie: “De eerste groep die we hier hadden, was heel creatief. Met hen heb ik heel veel knutselwerkjes gemaakt. Eerst zeiden ze dat ze helemaal niet creatief waren en daar geen zin in hadden. Tot je zelf begint te knutselen (lacht).”

Kathy: “Of ze zeggen dat puzzelen niks voor hen is, maar als je dan zelf begint, blijken ze toch interesse te hebben.”

Marie: “Niets moet hier, hé. Als ze zeggen dat ze iets niet willen doen, dan doen ze het niet. Maar we proberen hen wel altijd te stimuleren.”

Vaak kunnen of durven de bezoekers geen initiatief meer nemen. Hier ontdekken ze dat sommige dingen wél nog lukken.

Anissa OuailCDO-coördinator Ter Ronne

Anissa: “Vaak kunnen of durven de bezoekers geen initiatief meer te nemen omdat ze voelen dat ze tegen grenzen aanlopen. Hier ontdekken ze dat veel wél nog lukt, omdat we de mogelijkheid, tijd en begeleiding aanbieden.”

Kathy: “Bij ons is het altijd goed wat ze doen. Als we vragen: snijd de ajuin fijn, dan krijg je soms een halve ajuin terug. Toch zeggen we dan: goed gedaan. Ook al moet je achteraf soms nog een beetje bijwerken.”

Anissa: “Je legt vooral de focus op het positieve. We hebben vaak de neiging als mens om te benadrukken wat niet meer lukt, maar wat gaat er wél nog allemaal? Je geeft hen terug het gevoel dat ze toch nog veel kunnen. Ze voelen zich waardevol.”

Wanneer plannen jullie die activiteiten?

Anissa: “Ons team verzorgenden zijn bereid om af en toe na de werkuren nog bezig te zijn met die activiteiten. Het lukt nu eenmaal niet altijd om tijdens het werk nog van alles op te zoeken.”

Kathy: “Eigenlijk vind ik dat een evidentie. Je kan niet beginnen mailen of telefoneren terwijl er bezoekers zijn. Maar met het regelen van onze boottocht en de appelpluk ben ik wel uren bezig geweest.”

Marie: “Gelukkig vullen we elkaar hier goed aan. Kathy zoekt naar activiteiten in de buurt. Zelf ben ik niet zo goed met de computer, maar Edith is dat wel.”

Anissa: “Je wordt niet verplicht om daar buiten het werk mee bezig te zijn, hé. Maar je moet heel flexibel zijn in je denken en doen.”

Kathy: “Hier heb je geen plan A. Je hebt een plan A, B, C en D.”

Hier heb je geen plan A. Je hebt hier een plan A, B, C en D.

Kathyverzorgende CDO Ter Ronne

Loop je soms tegen je grenzen aan?

Marie: “Ik kan wel gemakkelijk de knop omdraaien zodra ik thuis ben. Toch zit mijn hoofd op zondagnamiddag al bij de dag nadien.”

Edith: “Als ik een dag in verlof ben, dan lees ik toch het logboek. Wat ik niet hoef te doen, want ik ben in verlof. Maar als je dat boek veertien dagen niet leest, dan ben je niet meer mee. Dus vind ik dat wel belangrijk om op te volgen als ik ziek of in congé ben. Dat is toch anders dan in de thuiszorg, maar dat verschil wordt niet vaak opgemerkt.”

Zijn er nog misvattingen over jullie werk?

Edith: “Soms denken ze dat we hier alleen koffiedrinken en wandelen, maar het is natuurlijk veel meer dan dat. Mentaal ben je op het einde van de dag compleet uitgeput.”

Marie: “Omdat we de doelgroep kennen, krijg ik in de thuiszorg ook snel cliënten met bepaalde uitdagende diagnoses toegewezen, zoals autisme of dementie. Maar dan is dat opnieuw mentaal zwaar. Ik moet echt mijn limieten aangeven, anders wordt het snel te veel.”

Kathy: “Het verbetert wel wanneer collega’s uit de thuiszorg ook bij cliënten met dementie langsgaan. Dan weten ze wat het allemaal inhoudt, want het is niet elke dag olé olé.”

Edith: “Ook tijdens die leuke activiteiten kan je in ongemakkelijke situaties terechtkomen. Bijvoorbeeld iemand die in het midden van de straat zijn broek uittrekt.”

Kathy: “Ik had eens een bezoeker die op een parking elke autodeur probeerde te openen. Dan had ze een auto gevonden die open was, maar er zat iemand achter het stuur, die natuurlijk schrok. Ja, er zijn leuke dagen, maar dat is zeker niet altijd zo.”

Edith: “Daarnaast kan het frustrerend zijn dat we niet meegeteld mogen worden in de planning van onze wijkteams. Dat vraagt flexibiliteit van onze collega’s daar, maar er wordt soms vergeten dat ook wij flexibel moeten zijn. Om onze planning in het CDO rond te krijgen moeten wij vaak verlofdagen verplaatsen. Het is jammer dat dat niet altijd zo wordt gezien.”

Wat zijn de grootste verschillen met de thuiszorg?

Edith: “In de thuiszorg werk je alleen en moet je vaak je plan trekken. Als je iemand om raad wil vragen, moet dat snel via een berichtje tussendoor of later op een wijkwerking. Hier sta je meestal samen met een collega en kan je bij elkaar te raad.”

Kathy: “CDO Ter Ronne is onze tweede thuis. Hier kom je toe, je zet koffie, dekt de tafel en begint op te ruimen. In de thuiszorg kom je niet thuis, maar ga je naar het huis van een ander. Daar beslist de cliënt wat je doet. Hier beslissen wij, in samenspraak, meestal zelf hoe de dag eruitziet.”

Anissa: “In de thuiszorg neem je bepaalde taken over die voor de cliënt een uitdaging zijn. Hier werken we omgekeerd: we stimuleren hen om huishoudelijke taken te doen. En als het wat minder gaat, geven we hen een duwtje in de rug om ze terug op weg te helpen, zodat ze niet stilvallen.”

Welke kwaliteiten moet je als CDO-verzorgende zeker bezitten?

Kathy: “Creatief zijn. Niet enkel bij de voorbereiding van activiteiten maar ook in de omgang met onze bezoekers moet je soms trucjes vinden en vindingrijk zijn.”

Edith: “Je moet dingen kunnen loslaten. Het hoeft niet altijd perfect te zijn. Het hoeft niet altijd zus of zo. Maar dat leer je wel, hé.”

Marie: “Humor is ook belangrijk. Durven een beetje onnozel doen en dingen sterk relativeren. En in eerste instantie: tonnen geduld. Heb je geen geduld? Dan moet je hier niet komen werken (lacht).”

Wil je meer weten over onze CDO-werking?

Bij Familiezorg bieden we zorgbegeleiding aan voor jonge personen met dementie en hun omgeving. Er zijn ook vier centra voor dagopvang waar ze terechtkunnen voor zinvolle dagbesteding.

Gerelateerde berichten

Lees meer